Zondag, op de trein tussen Antwerpen en Rijsel was ik getuige van twee opvoedingssituaties die zich parallel afspeelden. Op de stoelen tegenover mij zaten twee meisjes van pakweg 10 jaar die samen met hun grootvader of oom naar Bellewaerde reisden en daarachter zaten een man, vrouw en kind van 5 à 6 jaar. In situatie 1 gaf de opvoeder de kinderen, zijn nichtje en haar vriendin, voldoende ruimte om hun verhaal aan hem en aan elkaar te doen. Ook het kleine dictafoontje van een van de kinderen zorgde voor heel wat plezier. Nieuwsgierig naar al dat gelach , kroop het kind uit de tweede situatie op haar stoel om te kijken wat er zo grappig was en waar deze gekke geluiden vandaan kwamen. Het kind werd echter herhaaldelijk teruggefloten met een “ga zitten” (moeder), “maakt dat ge terug zit“(vader) tot een ruk aan haar beentje (opnieuw vader) waarna het kind uiteindelijk toch weer ging neerzitten. Het probeerde daarna vruchteloos haar ervaringen met zulk een dictafoontje te delen met haar “opvoeders”. Haar pogingen werden echter vakkundig ongedaan gemaakt met een “zwijgt” gevolgd door een “gade nu uwen bek houden“.
Moraal van het verhaal: Kinderen krijgen nog bijlange geen gelijke ontwikkelingskansen, ook al gaan ze allemaal naar Bellewaerde.